home

B&G

  • B&G
  • kinderen
  • kleinkinderen

auto

  • TOY
  • BusCA
  • TOY in 't zand
  • toyota hzj78
  • hzj extreem
  • ons bussie
  • keuze toyota

voorbereiding

  • website
  • kamperen
  • gezondheid
  • documenten
  • proviand
  • gereedschap
  • kaarten en boeken
  • apparatuur
  • gps

FAQ

  • algemeen
  • tips
  • bandenspanning
  • afrika
  • rusland/mongoliĆ«
  • australiĆ«

reizen

gastenboek

  • lezen
  • toevoegen
BusCA holiday trips 2011 + 2019
::
2011 italy 2
  • algemeen
  • 2011 italy 1
  • 2011 italy 2
  • 2011 italy 3
  • 2019 italy greece
::
reisverslag
BusCA holiday trips 2011 + 2019 :: 2011 italy 2 :: reisverslag

 

Dinsdag, 18 oktober 2011 – Olijfolie, stille stadjes en … JUMPY!

 

Het is koud. De BusCA-verwarming houdt ons op temp totdat de zon het overneemt. De fietsers zijn vertrokken en de andere stellen bezoeken Alberobello. Wij trekken verder. Maar eerst gaan we naar de olijfboer-om-de-hoek. Wel eens gezien? Een werkruimte met een marmeren vloer? Wij wel! Hier dus. In vlot Italiaans legt de boer uit, wat zijn olijfolie zo bijzonder maakt. Van onze AH-extra virgine stelt hij vast dat het een mix is van allerlei. Wij proeven zijn olie en begrijpen iets meer van de delicate smaak die olijfolie kan hebben. Tussen pers en verpakkingen kiezen we een mooi doosje.
In het dorp vinden we het goed verstopte Trulli-museum. Over de huisjes worden we niet veel wijzer, wel over oude ambachten en wijn en olie maken.

 

Dan laten we Alberobello achter ons en toeren over kleine weggetjes naar Martina Franca. We parkeren BusCA vlakbij de oude binnenstad met (vuil-) witte huizen en elegante balkonnetjes. Bizar stil en mensloos is het daar in de smalle straatjes. Ook op de Piazza Plebiscito waar de barokke voorgevel van de Basilica San Martino hoog boven ons de blauwe lucht in priemt. Jammer, ook al gesloten! Winkels, restaurants, cafeetjes, alles is hermetisch ongastvrij. De straten echter zijn bekleed met prachtig natuursteen en marmer en doen gezien de slijtplekken al  heel wat jaartjes (eeuwen) dienst.
En jawel, we vinden het enige restaurant, dat open is en dringend op ons wacht. Het is een tent met nivo en dat blijkt ook uit wat ons wordt voorgezet. G valt bijna van zijn stoel bij het (traditioneel, regionaal) hoofdgerecht. Varkensvlees nog wel, iets wat G zelden eet. Maar nu! Het vlees is mooi roze en smelt in de mond, zeg maar, met een verfijnde smaak van cantharellen en gerookte kaas.
De wijn is een Primitivo, dé wijn uit dit gebied, gemaakt van een druif die heel vroeg rijp is. Vandaar de naam. Het is een stevige wijn waaraan je even moet wennen. Maar daarna… De rest van de rit doet dit copieuze diner zich voelen. Misschien toch iets te veel van het goede?

 

Tussen Alberobello en Ostuni genieten we van de prachtige kleine weggetjes met eeuwenoude muurtjes van gestapelde witte stenen. En overal in het land zijn er (bewoonde) trulli; de meeste zien er goed (gerestaureerd) uit. In het golvende landschap liggen kleine olijf- en wijngaarden en perceeltjes groenten. Zo nu en dan duiken de restanten van het bosrijke verleden op. 


Een eindje voor Manduria slaan we af op een landbouwweggetje en vinden een ruime plek tussen mooie oude olijfbomen. Prachtig, het werd tijd om eens zo een nacht door te brengen!

 

 

We doen een na-diner’s dutje en zijn opgetogen over videootjes van ons achtste kleinkind-in-wording. Het hupt en springt op en neer in zijn kleine veilige nestje en krijgt dan ook de voorlopige naam: JUMPY.

 

Yes! FAB SEVEN wordt GREAT EIGHT. Sander & Shirley verwachten hun eersteling volgend jaar eind april. We voelen ons rijk!

 

De zon is onder en in korte tijd is het aardedonker. En koud natuurlijk. Kacheltje aan, schoenen uit,  dikke sokken, lampjes en muziek aan… Na soep, koffie (met wat lekkers), een paar lees- en laptopuurtjes mogen we de bedstee in. En de dag wegpoetsen met heerlijk warm water! Wat een luxe!

 

Woensdag, 19 oktober 2011 – Afrikaans Gevoel en Hollandse Hap

 

Het ochtendlicht speelt door het grijsgroene gebladerte van de oude en knoestige olijfbomen. Prachtig! G maakt gebruik van het vertrouwde expeditie-eco-toilet. Met wc-papier, hakschep en aansteker trekt hij zich terug. Een hele onderneming zo blijkt. De grond is keihard en dat betekent: hakken.

 

Het is lekker warm als we op weg gaan door het zonovergoten zuiden van Puglio. De trulli hebben plaats gemaakt voor witte en pastelkleurige hoekige huizen. Mmm, dat kennen we van Noord Afrika (Tunesië, Marokko). Het Afrikagevoel wordt nog eens gevoed door: slechte en vaak opgelapte asfaltwegen, cactussen, palmbomen en olijfgaarden. Voor de koffiepauze duiken we een klein weggetje op. En weer zijn we verbijsterd over de rotzooi (gewoon afval, maar ook koelkasten, wasmachines, delen van auto’s) die Italianen overal dumpen. Hier is Afrika heilig bij!


Om half twaalf zijn we op de kleine campercamping net ten noorden van Lecce. Twee campers staan er, een It en een Nl-Hymer. Het wordt een ontspannen campingmidddag. In de hangmat, lunchen (pasta, antipasta van vleeswarenschotel, tomatensalade, wijntje) en lezen. En dat alles in de zon of in de schaduw van BusCA. Ons vakantiegevoel is compleet. We moeten ook nog steeds wennen aan het op zichzelf zijn van de gemiddelde camperaar. Onderling contact komt niet echt van de grond. Tussen overlanders gaat dat wel heel anders!


Het koelt snel af als de zon daalt. Dus eten we lekker binnen en wel een “Hollandse” hap: verse (Italiaanse!) sperzieboontjes, aardappelpuree (pakje), hamburgers, (restje) tomatensalade en yoghurt-met-overrijpe-bananen toe. Ondertussen werken we aan de update. Na lang aarzelen hebben we besloten om deze vakantiereis toch op de website te zetten. Dit is nu eenmaal geen TOY-se expeditie. Maar wel is dan ook deze trip voor onszelf geboekstaafd.
En zowaar, we hebben deze nacht zo nu en dan last van de warmte.

 

Donderdag, 20 oktber 2011 – Lecce

 

Mooi op tijd staan we op. Maar omdat we met de Nederlandse buren nog info uitwisselen halen we de bus van kwart voor tien niet. Uurtje later dan maar. Vanaf de camperplek wandelen we een paar honderd meter over onverharde wegen tussen rommelige perceeltjes, schuttingen, bermen met vuil naar een bushalte ogenschijnlijk in niemandsland. In de hete zon hebben we nog 20 minuten wachttijd voor de boeg. Dat moet anders kunnen. Liften dus! En jawel een aardige oude man brengt ons op de goeie plek bij de oude binnenstad.

 

Lecce wordt wel het Florence van het zuiden genoemd. Het is een bijzondere en vooral barokke stad. Maar de vergelijking doet Florence o.i. ernstig tekort. We genieten van de sfeer, levendigheid en overzichtelijkheid van de oude stad die ook heel goed te bewandelen is. We zien de Duomo (van buiten, want gesloten) en verschillende andere barokke Chiusi (kerken). Tjonge, jonge, de krullen, de cherubijntjes, druiventrossen, heiligen, draaiingen, en allerlei andere fratsen, frutsels en franjes springen je tegemoet. Wat een overdaad. Dat is wat het indrukwekkend maakt. Ook in het straatbeeld zie je geweldige opsmuk, bijvoorbeeld onder en aan de balkons.

 


De historische binnenstad is klein en de te bezoeken kerken staan in iedere gids en daardoor raken we ook vertrouwd met het handjevol collega-toeristen. Je komt elkaar tegen op straat, in de een kerk of op de weinige terrasjes die open zijn.

 

Om half vier melden we ons (weer) met usb-stick bij de Toerist Info, waar internet (met computers dus) beschikbaar is. Het is in dit deel van Italië niet altijd simpel om wifi of een internetcafé te vinden. Voor vandaag is het gelukt. Ach ja, en dan zijn er regels. Wil je het internet op, dan wordt er een kopie van je legitimatiebewijs gemaakt. Gelukkig heeft G zijn rijbewijs bij zich. Maar ik niet en een tweede machine kan dan ook niet. Vervolgens lukt het alleen om de tekst te uploaden. Jammer, jammer. Morgen proberen we het nog eens ergens anders, of met laptop bij een wifi-punt. We’ll see!

 

De terugreis met de bus is een hele ervaring. Deed ons mannetje-met-brak-autootje er vanochtend een kwartier over, nu hobbelen we drie keer zo lang via lange pauzes bij verschillende haltes en omwegen (ook een gevangenisterrein wordt aangedaan) terug naar de halte bij de camping.
Lekker bijkomen van de stadse dag. Als de zon onder is, laten de krekels zich weer horen. Heerlijk mediterraan gevoel is dat. We zitten binnen maar met de ramen wagenwijd open, de horren omlaag, want er zijn hier muggen. Niet veel, maar wel die gemeen grote brandende plekken veroorzaken.

Ook vanavond hebben we aan een kom soep en wat brood genoeg. Veel plezier hebben we van de iBet, waarvoor we een prepaid-simkaart hebben aangeschaft. Vijf gieg kunnen we verteren voor 20 Euro. We mailen en surfen op het internet (nieuws over de dood van Khadaffi!). En via “uitzending gemist” kunnen we tv-programma’s zien. En zo kan het gebeuren, dat we met een martini DWDD bekijken. Gossie, het moet niet veel erger worden…!

 

Vrijdag, 21 oktober 2011 – Update in Lecce en eten op een landgoed

 

Het is weer fantastisch zomers en buiten ontbijtend denken we met meeleven aan NL, waar de herfst iedereen binnenshuis jaagt. In Lecce kunnen we “onder de barokke schaduw” voor niets het internet op met de laptop. De cappuccino en het kleine croissantje zijn er heerlijk en de verbinding is bloedsnel. Helaas is er iets mis in het c.m.s. van de website. Ook deze hobbel wordt genomen (met dank aan Olaf!). Eindelijk is de update de digitale deur uit en kunnen wij ons overgeven aan de culinaire geneugten van Italië. Want dat is toch een van de belangrijkste redenen om hier te zijn, naast de zomerse omstandigheden dan.

Tevreden rijden we de stad oostwaarts uit, na een supermercato-tussenstop. We genieten van het landschap langs de kust als we richting Otranto rijden. Olijfgaarden jawel, maar het wordt ook ruiger. Voor Sas&Johan maken we bij San Foca een welkomstfoto.

 


Er breekt een enorme regen- en onweersbui los. Genietend slaan we het natuurgeweld gade op een hoog punt aan de kust. Het water zoekt zich in woeste stromen een weg omlaag. Als we na de bui verder rijden, is er nauwelijks meer te zien hoeveel water er in korte tijd omlaag stortte.

We naderen Otranto, het meest oostelijk gelegen stadje in Italië. Leuk om daar te overnachten, beslissen we. Dus speuren we naar een overnachtingsplek. Gelukkig zijn er aantrekkelijke olijfgaarden. Maar dan zien we een verwijzing naar een masseria. En wel naar de Tenuta (=landgoed) Torre (=toren) Pinta. Een masseria is een eeuwenoude versterkte boerderij, nu vaak in gebruik als B&B of als restaurant. Op dit bord worden beide genoemd. De Torre verwijst naar de talloze torens langs de kust van het schiereiland. Zowel de versterkingen van de boerderijen als de torens werden gebouwd na invallen van de Turken. Nadat die waren verdwenen, ging men wijs geworden de verdediging steviger ter hand nemen. Tja, als het kalf…


Nieuwsgierig volgen we het paadje langs de flank van een heuvel. En we belanden op zo’n plek, die precies helemaal goed is. Voor ons. Op dit moment. Kippen tokken ons een welkom, de varkens knorren instemmend.
Op de glooiende helling zijn tussen oude bomen open plekken. We parkeren en lopen op het restaurant af. Het lijkt dicht, maar dan komt een enthousiast Italiaans dametje ons tegemoet gerend. Zo welkom zijn we! Trots laat ze het (heule) grote en met veel goudgele draperieën  (op de tafels, stoelen, voor de ramen, aan de muren…) beklede restaurant zien. Of ze nu wel of niet open is, wordt niet eens duidelijk. Maar koken zal ze! Om acht uur verwacht ze ons. Ze sleept ons nog mee als ze de kippen, varkens en de geit gaat voeren. Een en al enthousiasme. We spreken een mengelmoesje Italiaans/Frans/Engels. Ze is lerares, vertelt ze. Zodoende!

We installeren ons in BusCA. Buiten valt de duisternis snel in en laten de krekels en het gerommel van een ver onweer zich horen. En wat zal de Signora voor ons in petto hebben?


Heel wat! Alleen al het voorgerecht bestaat uit zes (6!) schotels (vis, groenten). Het zijn allemaal gerechten uit deze streek. We lazen al dat er in de Salentijnse (het zuidelijkste deel van Puglia) keuken nauwelijks vlees aan te pas kwam. En dat blijkt. Dan krijgen we weer drie (grotere) schalen met een pasta en de beroemde crema (een puree van witte bonen) en de oriechietta (oortjespasta) en dan komen er nog eens 6 prachtig gegrilde gamba’s door. Even vrezen we, dat er ook nog vlees zal worden opgediend… Ter afsluiting is er een dolci (cake-achtig gebakje met bessensaus) en een huisgemaakte likeur. Pffffft…. Wij en de onverwacht gearriveerde Duitser puffen.

 

 

Signora, met olijke witte pet, dient op met niet aflatende opgewektheid en kittige dribbelpasjes. Steeds informeert ze vol verwachting wat we ervan vinden. Ze kijkt gelukzalig en tegelijkertijd met een ik-wist-het-wel-blik als we haar complimenteren. We zouden ook niet anders durven trouwens!  Uusnapputtal, beste lezer, we rollen bij wijze van spreken de 30 meter naar onze BusCA en dan hoppa, zo het bed in…

 

Zaterdag, 22 oktober 2011 –  Knalrode Ferrari’s en gifgroene armbandjes

 

Ons dametje zien we niet meer. Ze moest vanmorgen om acht (occe) uur aan het werk, vertelde ze met ten hemel geslagen ogen. Wel de oude baas (haar man? haar vader?). Op zijn sportschoentjes sukkelt hij richting dieren, die ongetwijfeld ook vanmorgen gevoederd moeten worden.

 

We rijden de heuvel af en koersen verder naar het zuiden over de schitterende kustweg. Het landschap is een stuk ruiger. En dat bevalt ons zeer. De rotsige kustlijn wisselt tussen zanderige baaitjes, steile hellingen en hoge punten. Hier en daar ligt een dorp. De weg hebben we zo goed als alleen voor onszelf. De zon schijnt, de lucht is blauw, de temperatuur loopt op tot 23 graden, de zee (nog steeds de Adriatico) is rustig blauw, er zijn prachtige cactusplanten, lariksen en pijnbomen… Een adembenemende route!

 

Rond de middag zijn we in Marina di Leuca, het meest zuidelijke punt van het schiereiland en scheidingspunt tussen de Adriatische en de Ionische Zee. We speuren naar een restaurant. Op de boulevard zien we een hotel-restaurant. En ook, dat een of andere Ferrari-club er een bijeenkomst heeft. Mannen en vrouwen in het Ferrari-rood, een paar Ferrari’s, mannen met camera’s, champagne… Dat soort werk. Leuk om dat eens te bekijken, terwijl we een goeie lunch genieten. Helaas, dat feest gaat niet door. Het hele restaurant is gereserveerd voor de F–mensen.
Verderop vinden we als beloning een knus tentje. Een paar tafels in de schaduw en een heerlijk uitzicht op BusCA  en IoniCA!

 


Ze mogen in dit gebied dan niet zo van het vlees zijn, de voorgerechten nemen een warm plekje in. Om te beginnen staan er weer zo’n vijf schotels voor onze neus. Met inktvis (salade en gebakken), mosselen, (hele!) zure kleine harinkies,  aubergine. De culinaire kant van deze trip wordt vervolgens verder uitgewerkt met pasta marinara (zeedingen dus) en pasta pomodoro/frommagio, gebakken vis (triglio) en gegrild vlees, salade, karaf wijn. Volgen jullie ons nog?

 

Gelukkig is het niet zo ver meer naar het beoogde reisdoel van deze dag. Bij Gallipoli is een camping. We halen hem. Ziet er goed uit, we krijgen zelfs een privé badkamer. Alleen dat armbandje! Je weet wel, zo’n bandje als je in het ziekenhuis krijgt, maar dan in het gifgroen. Zo is iedere legale campinggast onmiddellijk herkenbaar voor de staf. In de zomer, wanneer hier 2.600 mensen huizen, is het nog verdedigbaar. Maar nu, met die tien campers en caravans met mensen-op-leeftijd? En nooit hebben we geweten, dat er in Italië zo nu en dan een sterk “regels-zijn-regels”-sfeertje kan zijn. Dit is het zoveelste voorbeeld. Afijn, wij hebben ze afgerukt!

 

Later in de avond (DWDD, soep, koffie en digitale volkskrant) tikt er een gezellige bui op ons dak. Heerlijk om bij in te slapen! Zo werd het toch wel een nacht van geluiden.

 

Zondag, 23 oktober 2011 – Zondags-eten en Deutsch Uberwinteren

 

Het is tegen elf uur en 22 graden als we vertrekken. Maar dan hebben we wel gedoucht in onze privébadkamer met de ozo foute afwatering, rustig en zonnig ontbeten, het huis gepoetst en de tap-en-loos-rituelen gedaan. En jawel, het bestaat nog, gesproken met de Duitse buurman van “mein Hobby” (voor niet-ingewijden: een campermerk). Hij heeft als eerste opgemerkt, dat BusCA speciale banden heeft en dat de bodemvrijheid groter is dan normaal. Hij wil er het zijne van weten.

 

Aanvankelijk rijden we nog over de kleine kustweg tot we genoeg Ionische Zee zagen. Op de meer binnenlands gelegen provinciale route schieten we harder op. En wel zodanig, dat we in Taranto (van de Tarantello!) aan kunnen schuiven. Het is zondag en dus zijn er weer families die lang en veel eten. Het visrestaurant heeft veel te bieden. G glundert weer van oor tot oor. Hij zou wel drie keer op een dag vis willen eten. Pas halverwege de middag gaan we weer op pad.

 

We laten Puglia achter ons, steken de saaie, rommelige en troosteloze  kuststrook van Basilicata over en rijden Calabrië binnen. Er verschijnen heuvels, bossen en een kustlijn van baaien en dorpjes. De provinciale weg is een vierbaans autoweg, het schiet goed op. We halen ons doel, Sibari. Vandaar moeten we weer een paar routebeslissingen nemen en dus gaan we hier ergens overnachten.

 

Mien vindt voor ons een camping die gesloten is en nog een tweede aan het eind van een weggetje naar de kust. In ieder geval denken we daar wel een bivakplek te vinden. Wie schetst onze verbazing als we er een grote, mooie en nette (Duitse leiding!) camping aantreffen. En het is er gezellig druk ook nog! Een paar Italiaanse campers verdwijnen in het niet tussen al die overwinterende Duitsers. Wij tellen überhaupt niet mee. Niemand ziet ons of spreekt ons aan. Tja…! Wel krijgen we steeds meer begrip voor de enorme afmetingen van deze (mobiele) tweede huizen (heee Harla!). Fietsen, scooters, autootjes dienen als middelen van lokaal transport.
Nog voor het donker helemaal invalt hebben we een uitgebreid rondje camping gedaan en het Duitse Uberwinter-Leben eens goed bestudeerd.


We vinden een plekje aan de zeekant. Vanuit onze BusCA-zetels hebben we een mooi uitzicht op de baai. D.w.z., vooralsnog op de lichtjes van een stadje verderop langs de kust. We zijn goed en wel geïnstalleerd als er een enorme bui los barst. Regen en hagel troeven elkaar af in hevigheid. Tjonge, wat een kabaal is dat. Een half uur later is BusCA schoon, de camping vol met plassen en de rust weergekeerd.
We eten antipasta (rauwe ham, mozzarella, tomaat, komkommer, brood) als avondmaaltijd. Skype wordt geïnstalleerd op de iBet en we doen de vertrouwde avonddingen. Het is laat als we onder de wol kruipen terwijl het geruststellende geruis van de zee (de Golf van Tarente) zacht hoorbaar is.

 

Maandag, 24 oktober 2011 -  Van zee via toppies naar zee

 

Je kunt vooral aan de temperaturen merken, dat we zuidelijker gaan. De zon is meteen al krachtig. Zo ontbijten is geen straf. Behalve dat, we kunnen ook volop gluren naar de buren. Ze zijn druk doende, al die Duitse stellen. Hij doet de chemische wc, haalt fiets, scooter, stoelen, tafels en andere zaken onder het plastic vandaan. Zij veegt het opgespatte zand van camper of caravan, verzorgt de plantjes, doet de afwas, stoft, recht de gordijntjes en maakt het boodschappenlijstje. De meesten gaan op pad voor “einkaufen”, enkelen strekken zich uit op ligstoelen in de zon en een stoer stel zwemt de zee op.
Bij het uitchecken vertelt de Duitse beheerster, dat het normaal gesproken warmer is. Gossie, dat overwinteren is zo’n slecht idee nog niet.

 

Onze camping, Onda Aruzza, blijkt net voorbij Sibari te liggen. Van de kustweg klimmen we in hoog tempo naar 1.000 meter. Daarbij passeren we Corigliano Calabro, een ingenieus gebouwde stad op hellingen en rotspunten. Al stijgend moeten we een flink wolkendek door. We rijden dus in de mist als we eindeloos veel en scherpe haarspelden draaien. En de hellingen zijn enorm steil en bebost. Gelukkig zien we de zon weer als we het plateau op 1.400 m bereikt hebben. Het is er glooiend, er zijn vergezichten en meren en hier is de goudkleurige herfst. Prachtig!


Dit is het gebied van het P.N. della Sila, een groot natuurpark, waar de wolf nog lekker zijn wilde gang kan gaan. Er zijn nauwelijks dorpen, mensen zien we ook zelden, maar wel zijn er koeien met enorme halsbanden met bellen. Zoals koeien dat eigen is, kijken ze eerst even een beetje dommig op voor ze naar de kant van de weg scharrelen.
We eten in Camigliatello Silano, dat alles van een skidorp heeft en het ook is. In een fastfood Italiaans restaurant is de pasta funghi e purcini (paddenstoelen: dit is en de tijd en de streek voor de paddenstoelenpluk) net als de salade en de tiramisu oké en de lasagne is heel lekker.

 


Aan de overkant is een winkel met “prodotti tipici silani”, prachtige producten van de streek dus. We vinden er o.a. een te gekke pasta in allerlei vormen en kleuren. Leuk voor de kleinkids!

Zo langzamerhand kunnen we door de (prachtige herfst-) bomen het bos niet meer zien, dus zoeken we ons een weg omlaag richting kust. Door Catanzaro gaat het, waar de verschillende delen van de stad verbonden worden door enorme viaducten over de diepe dalen. Indrukwekkend.
Mien brengt ons bij een camping die open is, maar door de hoge muren op een gevangenis lijkt en vervolgens naar een tweede die gesloten is. Maar langs het strand vinden we een prachtige plek. G schept in TOY-stijl zand om BusCA in de juiste positie te krijgen. En dan zijn we helemaal klaar voor borrel, bami-met-toebehoren, wijntje, nieuws, lezen en slapen. En weer is er die zee!

 

Dinsdag, 25 oktober 2011 – In de wolken

 

Met uitzicht op zee ontbijten we. Joggers rennen voorbij met een die-camper-zien-we-niet-blik. Zuidelijker op de kustweg slaan we af om naar het dorp Stilo te klimmen. Dit moet een van de (twee) mooiste Calabrische plaatsen zijn. Het dal is breed en de nu droogstaande rivierbedding getuigt van de woeste stromen die er in een ander seizoen naar beneden kolken. De gaarden met sinaasappelbomen worden talrijker. In het dorp vinden we een mooi uitzichtpunt. Helemaal geschikt voor ons elfuurbakkie. Ondertussen blijkt Bas via onze nog openstaande skype te chatten. Daar maken we meteen een skype-(beeld)-telefonade van. Het blijft ons nog steeds opwinden, dat je zomaar op allerlei plaatsen dit soort contact met het thuisfront kunt leggen.

Door smalle straatjes en scherpe haarspelden komen we tot boven het dorp, waar de Catollica, een Byzantijnse kerk uit 11e of 15e (verschillende info in verschillende gidsen!), prijkt. Prachtig sober met enkele gerestaureerde resten van wat eertijds kleurrijke fresco’s geweest moeten zijn. Aan een tafeltje zit een heer, die ons verbiedt foto’s te maken en het gastenboek voor legt.

Het weer is ondertussen compleet omgeslagen. Het dal, het gebergte, alles gaat schuil onder een wolkendek. Het mist dus en het motregent. Dan maar niet door de bergen naar het volgende mooie Middeleeuwse stadje. Terug naar de kustweg en verderop weer naar boven, naar Gerace.

 

Het ligt als een burcht op een rotspunt en langs een bergwand. Voor het moderne verkeer is er een speciale weg (op pijlers) aangelegd. Aan de rand van het stadje is een klein restaurantje, waar we voor de lunch neerstrijken. Ook hier is geen kip. De regionale (vleeswaar/kaas) schotel is heerlijk en ook van de rest (gegrild vlees, gamba’s, pasta, frieten) is het goed eten.
We rekken een beetje, want om drie uur gaat de Kathedraal open. De Duomo stamt uit de 12 eeuw. In het oudste deel, de Byzantijnse Crypte, is een prachtige verzameling kerkschatten uitgestald, erboven ligt het schip van 70 m lang in de sober Romaanse (Normandische) stijl met pilaren die allemaal verschillend zijn (steensoort, periode, herkomst) en dan is er de Blessed Sacrament Chapel (uit 1431) met een Renaissance altaar. Een heel bijzondere kerk!

 

 

Het regent een stuk harder inmiddels en we besluiten, dat we van hier door de bergen naar Reggio gaan rijden. We halen BusCA op en rijden door het historische centrum op zoek naar de uitgang. De meiden (Toya en Mien) leiden ons, maar houden geen rekening met de engte van de straatjes. Pfft, tkennet! Op een punt hebben we bij de spiegels een paar centimeter over. G is cool en ik hou mijn adem in.

 

Aanvankelijk hebben we soms nog even wat uitzicht, maar het trekt verder dicht en het regent steeds harder. Als we op 1.000 m zitten, zijn we er klaar mee. Bivak (en dat eten en die wijn eruit dutten), dat is wat we willen. En jawel,daar is dat kleine paadje! Een wonder, zo langs deze hellingen. Beetje manoeuvreren en dan staan we goed in de donkerte van bos en grijze wolken. Op het dak tikt de regen.
Drie kwartier dutten is ons gegund en dan: getoeter. Een (Toyota 4x4!) is ergens uit de diepte opgedoken en wil naar het asfalt. Oeps! Gelukkig, de afstand van bed naar stuur is snel afgelegd. Bij het asfalt overleggen we. De 4x4 staat om de bocht stil en bekijkt wat wij doen, kennelijk. Nu we toch uitgeslapen zijn, kunnen we beter even verder zoeken naar een andere makkelijkere bivakplek, bedenken we. En die vinden we een paar kilometer verderop.

 

 

Het is er meer open en dus lichter, vlakker ook nog en een groenwal ontrekt ons aan het zicht vanaf de weg. Bovendien blokkeren we  geen enkele doorgang. Heerlijk knus is het binnen. Buiten verdwijnen de kruinen van de bomen in de mist, de roestbruine varens staan een beetje treurig te druipen en het regent flink. Het duister valt snel in. De avond kan beginnen. Lezen, schrijven, eten (soep en brood), nespressootje, en dan straks weer het mandje in.

 

Woensdag, 26 oktober 2011 – Nog steeds in de wolken en wolkbreuken

 

Nog steeds in de wolken zijn we, zowel letterlijk als figuurlijk. Zo mooi is het op ons topje van de berg! Aan het oplichten van het grijs van de mist is de zon te vermoeden. De sfeer is zacht, gedempt, gefilterd… Wolken komen en gaan en maken de diepte van het bos wisselend zichtbaar. Er is het roestbruin van de varens, het frisse groen van gras, nog altijd de regen en een koe.
Ze staat stil voor BusCA en loeit verstoord. We staan haar in de weg! Dan neemt ze een kloek besluit en maakt een ommetje door varens en kreupelhout en gaat achter BusCA verder op haar pad.
Ik zet koffie en lees (iBooks op de iBet) en G slaapt uit. We ontbijten langdurig en gaan soepel over naar koffietijd.

 

Om een uur of twaalf scheuren we ons los van de serene sfeer van dit kleine stukje wereld. Over smalle wegen rijden we zuidwaarts richting de kust, naar Melita p.s., waar een camping zou zijn. Toya en Mien beloven dat we er om 14.15 uur zijn. Heerlijk, want we hebben zin in een warme douche. Maar het loopt anders. In hun berekeningen houden de navidames geen rekening met de ongelofelijke hoeveelheid scherpe haarspelden, de regen die soms met bakken uit de hemel valt, dichte mist, plassen en stromen water, stenen die van de hellingen spoelen, blad dat de weg glibberig maakt, met omleidingen over nog smallere weggetjes…
Ander verkeer is er nauwelijks, dorpjes ook niet. Een restaurant nog minder. Afijn, we hebben een camper en alles wat we nodig hebben. Na ons late en uitgebreide ontbijt hebben we genoeg aan fruit en een cup-a-soup op een inham langs de weg.


Op de momenten, dat het wolkendek ons dat gunt, zien we genoeg van het N.P. dell’Aspromonte om te constateren, dat het hier mooi is. Prachtige loofwouden met uitzichten over diepe dalen en scherpe bergtoppen.
De levende wezens die we ontmoeten zijn de vrij rondlopende dieren. Koeien, een paardenmama met haar veulen, geiten en zelfs een varkensfamilie maakt zich uit de voeten als we naderen. Ondanks mist, regen, grijze dalen en grijze toppen, genieten we. Hoe zal het hier zijn in het voorjaar, wanneer de brem in bloei staat, de beken en rivieren stromen?

 

Het loopt tegen vijven als we eindelijk de kust bereiken. Onze hoop, dat het daar beter is, was al de grond in geboord door de kapper in het rivierdal, waar G zich heeft laten millimeteren (voor zeven -7- euro!) . Die barbiero wist te vertellen, dat het de komende zeven -7- dagen (!) zal blijven regenen!
De steden in dit deel van Italië zijn toch al niet Moeder’s mooisten, maar in dit weer is de troosteloosheid er eindeloos. De waterafvoer is slecht met als gevolg dat de straten veranderen in modderstromen. Tel daarbij op al het gedumpte vuil overal en je snapt, dat wij blij zijn met ons BusCAmpertje.

 

 

Op zoek naar de geplande campings. We vinden ze en zijn blij, dat ze toch (!) gesloten blijken. Tjonge, jonge, wat een sombere en rommelige plekken zijn dat. En dat ligt niet alleen aan het weer! Daar laten we onze warme douche graag voor schieten. We gaan oostelijker langs de kust ons geluk beproeven. En yes, we scoren een supermarkt, want we hebben allang geconstateerd dat het een BusCA-dinertje gaat worden. En er is een bord dat verwijst naar een camping en een camperplek. Om de lange kilometers door het dorp met de smalle straten, veel geparkeerde auto’s en een bezoek aan een koffietentje (voor koffie, marsepein en toilet) wat korter te maken: geen camperplek. Een huisjespark, niet voor campers en andere aanwaaiers, vinden we wel. Van de beheerder mogen we water tappen. Mooi, dan hebben we alles wat we nodig hebben! 

 

Het is zeven uur en hoog tijd voor een borrel na deze enerverende dag. Op de smalle strook tussen de spoorlijn en strand, op het beton voor de huisjescamping, komt het helemaal goed. Als de regen even niet klettert, horen we de zee en soms passeert een treintje. De runderlapjes, pasta (met ui en knoflook), tomaten- en komkommersalade zijn heerlijk. De wijn uit Puglia voortreffelijk, net als het gezelschap! Wat hebben we het weer goed. Nu het weer nog!

 

Donderdag, 27 oktober 2011 – Sicilië

 

Het is droog! De zon piept door de blauwe gaten in het lichtgrijze wolkendek. Na de sombere verwachtingen is dit een mooie opsteker. Voor ons doen redelijk vroeg rijden we weg. Helaas regent het weer als we stoppen bij de Supermercato. Toch is dat niet van lange duur. De zon wint meer en meer terrein en de temperatuur loopt op tot 23 graden. Als we Reggio (di Calabrië) naderen is Sicilië ineens heel dichtbij. Oké, we vinden er een goed koffieplekje, maar de haven van Reggio is niet de haven, waar de autoveerboten vertrekken. Voetgangers kunnen hier wel aan boord.
13 Kilometer verderop in Villa San Giovanni moeten we zijn. Kaartje gekocht, bordjes Messina gevolgd, en jawel, daar komt de boot aan. Net als de kaartjesknipper trouwens. Blijken we ergens anders heen te moeten, we hebben tickets van een andere maatschappij. Terug via ingewikkelde eenrichtingsroutes, wijst de kaartjesverkoper ons een auto toe, die we moeten volgen. En dan blijkt, dat er op een cruciaal punt gewoon geen bord meer stond!

Het is een smal kanaal en je kunt je best voorstellen, dat er een brug gebouwd zou kunnen worden zoals Berlusconi heeft beloofd. Het is er behoorlijk druk met schepen.

 


Twintig minuten later rijden we van Messina weg. Even de drukte achter ons laten en dan lunchen, willen we. De snelle autostrade wordt een tolweg en de eerstvolgende afrit blijkt pas na een kilometer of 25 te komen. Oef! Maar het brengt ons wel op een mooie kustweg en een boulevard, waar heel veel restaurantjes zijn. En allemaal gesloten, behalve die ene, la Cantina dei Pescatory, da Giovanni.
We hebben het weer helemaal getroffen. Het is ruim na tweeën en verschillende tafeltjes zijn bezet. Nog maar net zitten we of de menukaart, amuses (bladerdeeg met vispastei) en een (heerlijk) aperitiefje worden ons opgediend. De (bestelde) garnalencocktail en de regionale schotel Rustico (kaas/vleeswaar/bruschetta/enz.) zijn heerlijk, en de chef vindt dat we ook moeten proeven van een schotel mosselen en warme vis. Dat doen we natuurlijk! Mmmmm, en de spaghetti met zeevruchten is super. G eet zwaardvis, dé vis hier op dit eiland. Lekker, maar te veel en ‘n beetje droog. B geniet van de gefrituurde (!) gamba’s. En och, wat is de wijn lekker. Toetjes nemen we nooit, maar daar neemt de chef geen genoegen mee. Dus wordt er een heerlijke romige ijs met warme chocolade overgoten voor onze neus gezet. En drie flessen met limoncella, grappa en nog iets amaretto-achtigs. Kiezen en gewoon je eigen glaasje vullen. En dat alles voor 50 euro!

 

 

 

Ondertussen staat de tv aan zoals in elk restaurant. Op zondagen zijn het de voetbalwedstrijden in de serie A die de Italianen soms (heel) even de kaken tot stilstand brengen, vandaag is er iets anders gaande. Het trekt zelfs onze aandacht. Een begrafenis. Heel veel mensen, veel applaus. Nummer 58 komt op allerlei manieren in beeld. Het blijkt om de afgelopen zondag omgekomen Marco Simoncelli (motorcoureur) te gaan. De Italiaanse gasten volgen dit staaltje emo-tv met grote aandacht en zelfs het keukenpersoneel verruilt de keuken voor de tv.

 

In allerlei opzichten vol vertrekken we. G heeft een echtpaar met elektrische fietsen gezien. Dat moeten NL-ers zijn, stelt hij vast, en dus moet er ook een camping in de buurt zijn. Dat van die camping klopt. Een kwartier later, om half vijf, staat BusCA en zitten wij met de neus in de zeewind op een kleine camping met (vier) Duitse campers. Zo, en de muntjes voor een warme douche hebben we op zak.
We eten kliekjes van gisteren en beleven weer een knusse avond. En zelfs doen we een spelletje. We digi-dammen op de iBet!

 

Vrijdag 28 oktober 2011 – Taormina en de onzichtbare Etna

 

Om half tien rijden we de 10 kilometer naar Taormina, dat aan de voet van de berg Etna ligt op een hoge rotswand. Dit deel van de kust is overal steil en ingeklemd tussen berg en zee liggen langgerekte dorpen, de doorgaande weg, een spoorlijn en de snelweg.
We klimmen naar het stadje en het is een heel gewurm in de smalle doorgaande straat, die van een optimistisch soort tweerichtingsverkeer is. We moeten omkeren en ergens verder terug een Parking vinden. Pfft, het lukt en daar staan we.
Het centrum bestaat uit een of twee straten met allerlei winkels. Heel veel ijswinkels, zaken met veel zoetigheden (marsepein!), souvenirs, olijfolie, prachtige pasta’s en kledingzaken met de bekende merken. En ook zijn er doorkijkjes in smalle steegjes naar beneden met de zee als achtergrond. Het is er gezellig druk, want dit is een van die plaatsjes, die veel toeristen trekt vanwege het Romeinse theater en vanwege de Etna. Maar voorlopig houdt die zich schuil in een dicht wolkendek. De koffietentjes ontbreken uiteraard niet, net als de nodige restaurantjes. De toeristeninfo zetelt in een prachtig gebouw waar ooit Anna van Navarra hof hield.
We bekijken de Duomo en een kerkje aan een pleintje met mooi uitzicht op de kustlijn. Daar is ook de Wunderbar, die klanten lokt met het feit dat ooit Greta Garbo en Werner Fassbinder hier hun opwachting maakten. Op G maakt die Greta behoorlijk indruk. Wij gaan er lunchen vanwege het uitzicht. Ik, in ieder geval.

  
Het theater valt ons tegen. Het decor, de Etna, zit in de wolken en misschien zijn we te veel verwend door andere theaters (bv. El Jem inTunesië) en de Romeinse steden (Sabratha en Leptis Magna in Libië).

 


Een heerlijk toeristisch vakantiedagje hebben we wel ondertussen. De zon schijnt en dat is ook tegen alle verwachtingen in.

We kronkelen naar de kust en vinden een heel behoorlijke campercamping. Iedere camper wordt ook nog eens voorzien van (tuin-) tafel en stoelen. En er is wifi. Daar maken we even heerlijk gebruik van (skypen enzo). Voor het avondeten wandelen we naar een Pizzeria een eindje verderop. Overal zijn appartementengebouwen en hotels in buitenseizoense rust. Wij hebben het rijk totaal alleen. Het went, laten we het daar maar op houden. En de Etna laat zich nog steeds niet zien!
Geen zee, geen wind door bomen, geen regen is te horen. We slapen simpelweg in stilte.

 

Zaterdag, 29 oktober 2011 – In een ravijn en op de berg Etna

 

We zijn vroeg vanmorgen. De Etna trekt en het is heerlijk weer. Onze campingburen wachten allemaal op (nog) beter weer om naar boven te gaan. Ook nu probeert de beheerder (een functie overigens, die hier door meestal oude mannen wordt uitgeoefend) of we niet langer willen blijven. Nee dus. Onze toer leidt ons langs de flanken van de Etna. Eerst stoppen we bij een bijzonder ravijn. De wanden laten een prachtig blokkenpatroon van grijs basalt zien. Diep eronder klatert de rivier en erboven eindigen de citrusgaarden schielijk bij de rand. We wandelen over paden naar de uitkijkpunten. Het is een belangrijke toeristische attractie in dit gebied. Dus zijn er dagjesmensen en toeristenbussen. Een volledig Nederlands gezelschap treffen we zelfs. Het is de laatste dag van hun rondreis over Sicilië.
Het is er mooi, maar we worden er ook een beetje giechelig van. Van het stereotype toeristengedoe, van de armbandjes die we om krijgen (kunnen we er de hele dag in en uit), van het zelfbedieningsrestaurant, van de souvenirs… Jeetje, wat zijn we dit ontwend in de jaren van expedities elders in de wereld. Afijn, op de parkeerplaats doen we ons (eigen) bakkie en zien het allemaal maar eens aan.

 

We klauteren hoger de berg op door citrus-, olijf- en wijngaarden, door lieflijke dorpjes en noeste bergplaatsen, door loofwouden. Het weer blijft goed, de lucht is bewolkt maar het trekt niet helemaal dicht. We hopen.
In een refuge-restaurant wordt de kou verdreven door een houtvuur en extra elektrische kacheltjes. Niet lang na de lunch met een typisch bergmenu (vleeswaar, kaas, pasta, vlees) bereiken we het gebied waar de Etna nog maar enkele jaren geleden het landschap veranderde. Je ziet hoe de stroom lava een weg verorberde. Het nieuwe asfalt heeft er al lang weer voor gezorgd dat de geachte toerist hier naar boven kan. Een heel skioord werd van de kaart geveegd in 2002. Uit de het zwarte gestolde lava steken witte boomstammen als stramme vormen van verzet tegen het allesverzengende vuur. Ook hier maakt de woestheid van vulkanische activiteiten weer diepe indruk op ons.

 

 

De top van de Etna is achter wolken verborgen. Nog steeds hebben we haar niet gezien! We zijn precies op tijd voor de laatste rit naar boven met de Mercedes-Unimog-4x4 omgebouwd tot bus. Als de berg niet naar …. , dan gaan we d’r zelf wel heen!
Prachtig is het. De Unimog hobbelt over steile paden door zwarte lavavelden en door zones van naaldbomen hoger en hoger.
Dan ineens zien we de rokende schoorsteen: de Etna! Door de vuile ramen van de bus en tegen de zon in maken we de eerste foto’s. Je weet het maar niet.

 

 

Van 1.800 m gaan we tot 2.800 m, een kleine 500 meter onder de top. Aan de noordkant waar we zijn, zien we de randen van een paar kleinere kraters en eronder de sneeuwplakken. We klateren nog een stukje door naar een plek waar de gids de stromen wijst van 2002 en 2009. Vanaf dit punt kijk je op het wolkendek neer en is ook de ronding van de aardbol goed te zien.
Indrukwekkend om op een plek te zijn, waar de aarde zijn driften tomeloos los laat, waar de mens zich alleen maar klein en nietig kan voelen.


Op de terugweg rapen we kleine steentjes als souvenir voor de kleinkids en beramen het vervolgplan. We gaan verder door het binnenland de Etna rond en voor de overnachting besluiten tot: we zien wel. Vele kilometers later en lager op onze tour-d’Etna volgen we een bordje van een Agrituriso en restaurant. Het brengt ons bij een prachtige (te mooi!) gerestaureerde wijnboerderij met giga oprijlaan te midden van wijngaarden. Het restaurant ziet er zeer aantrekkelijk uit! 
We krijgen toestemming om op de parking te overnachten. Om half negen melden we ons voor het eten en het wordt nog gezellig druk ook. Het eten is goed, maar het voorgerecht is fantastisch. Het bestaat uit 15! schaaltjes met de meest uiteenlopende (berg-)lekkernijen.

Het is een variatie van kazen, worsten, vleeswaar, gehaktballetjes, deegballetjes, groenten, olijven, pepers (de Siciliaanse keuken is redelijk scherp) op allerlei manieren bereid. We genieten. Het is het overweldigende begin van een dagmenu van 28 euro PP. Uiteindelijk rekenen we 50 euro af voor ook nog pasta, vlees, toetje, wijn, water. Ach, hoe mooi kan Italië zijn!
Gelukkig is BusCA niet ver weg en nee de Etna komt niet tot een uitbarsting!

 

Zondag, 30 november 2011 – Wintertijd aan zee

 

En jawel, het gebeurt. Vanaf onze P-plek hebben we het volle zicht op de rokende Etna. Ze jaagt een flinke pluim de atmosfeer in. We vervolgen onze Etna-toer langs de flanken van de berg tot we de steven weer richting zee gewend hebben. Onderweg stoppen we nog voor een cappuccino in een koffiezaak die druk beklant wordt door motorrijders. In dit motoreldorado kom je ze overal tegen. Hier is een groep met motorscooters, een bijzondere fiets. De cappu is lekker, het zoet te zoet.
Aan de kust rijden we het grootste deel over de snelle autoroute. Het is betrokken en het gebied is vlak en vol zware industrie.
Bij Avola vindt Mien camping Sabbiodoro en de Italiaanse campinggids weet te vertellen dat ie “aperto tutto l’anno” is. Maar ja, daar houden ze zich hier niet altijd aan! Maar vandaag klopt het. Hij is open en is prachtig aangelegd rondom grote oude olijfbomen met palmen, planten, stenen afscheidingen, witgeel grint en een gloednieuw design toiletgebouw. Door het groen heen is de lager gelegen zee te zien. Vanaf de weg er naar toe te rijden was al een genot. Een smalle weg leidt tussen hagen en begroeide muren, erachter prijken prachtige (vakantie)villa’s.
Er staan een paar campers (F en D) en, bij elkaar, een groepje Italianen. De beheerder vertelt ons waar we een restaurantje kunnen vinden. Na ja, het is het enige in de verre omtrek en dus verdragen we het lange wachten, de verdwaasde ober en het fout opdienen van niet al te best eten.

 

Maar daarna genieten we van een uurtje extra (winter) tijd naast de mooiste boom van de camping. Om vijf uur gaat de zon al onder en daarna is het snel donker. Als het dan ook nog gaat regenen, genieten we weer van de knusheid binnenscampers. Het skypecontact wil niet erg lukken. Tja, de techniek kent ook zijn hobbels. Maar vannacht gaan we lekker winterslapen.

 

Maandag, 31 oktober 2011 – Noto bene, het zuidelijkste puntje en Carlo 


Mooi weer is het. Via een Spar-boodschappen-en-koffie-stop vinden we na een rondje stad eindelijk een parkeerplek vlakbij het centro storico van Noto. Het stadje werd in 1693 verwoest (net als de rest van het zuiden) door een aardbeving die volgde op een enorme uitbarsting van de Etna. Begin 18e eeuw werd het stadje herbouwd met het abrikoosgele kalksteen (amandelwit in Modica) uit de directe omgeving. Inmiddels heeft het de status van werelderfgoed bereikt.
Alle bezienswaardigheden sluiten om 13.00 gaan pas om vier uur weer open. Jammer, we zijn te laat om de Dom van binnen te bekijken. Maar een rondwandeling is geen straf gelukkig. Prachtig zijn de barokke versierselen van de balkonsteunen aan de paleisachtige huizen en ook van buiten is de Duomo indrukwekkend.

En dit is G’s favoriete balkon…

 

 

We eten een pasta, drinken koffie en eten een ijsje. Dan rijden we richting kust naar Marzamemi, een vissersdorp. Het is daar, dat men begon met het inblikken van tonijn. Waar eens de tonijnverwerking plaats vond, zijn nu de schilderachtige resten van de fabriek in het zachtgele zandsteen. Ook de haven is beeldschoon. Het water klotst over de lage kade en de bootjes dobberen een beetje doelloos op de golven.


Vandaar zoeken we onze weg naar het meest zuidelijke punt van Sicilië en van Italië. Hier zijn we ook dichtbij Afrika. Om precies te zijn, ter hoogte van Djerba in Tunesië zitten we. Kitesurfers profiteren van de harde wind en jagen met velen over de golven. 

In dit gebied zitten veel tuinderijen. In kassen worden vooral, voor zover we kunnen zien, tomaten geweekt. De kassen hier bestaan uit bogen met wit plastic, waardoor ze lijken op hele lange koepeltenten. Soms zijn er i.p.v. de bogen houten frames.
Chapino is beroemd om zijn gedroogde tomaten. Daar kopen we dus een paar zakjes van. Na wat vruchteloze pogingen (ondanks de borden, toch gesloten campings en een onbereikbare agritoeristische boerderij) gaan we op zoek in de campinggidsen. We kloppen waypoints in en komen via Mien nergens en via Toya bij een Pizzeria terecht. Noem dit maar vakantie en geen avontuur.
Rondom de Pizzeria is ruimte, dus… Even binnen informeren. En daar is Giovanni. Spontaan biedt hij een plek aan en vertelt enthousiast over het eten en de optredens (vanwege Halloween) vanavond in het restaurant.  Zo dat is dan ook weer geregeld!

 

Achter een halfafgebouwde schuur staan we mooi stil, ruim en donker met uitzicht op lichtjes in de verte. En ergens daarachter weten we de zee. Voor half negen hoeven we ons niet te melden. Dus maken we plannen voor morgen, doen een dutje, lezen en schrijven.

 

Half negen. We kiezen een tafeltje achterin de grote zaal voor een goed uitzicht. Op een scherm is het programma voor vanavond geprojecteerd. Langzaam druppelen mensen binnen.
Om half tien blijkt de opening. Een jongeman heet ons welkom. Hij zingt, goochelt, praat de avond aan elkaar, deejeet, speelt de sax, doet de karaoke, het licht, geluid … Een ware duizendpoot dus.
De karaoke! We blijken in een stardom-karaoke-circuit te zitten. De “artiesten” kennen elkaar en het repertoire. De beste zanger is een kaalkop, die gewoon mooi zingt, maar de absolute star is Carlo.

 

 

Met zijn sjaaltje om schrijdt hij rond als de “bescheiden” maar superberoemde star. Oh, wat genieten wij van Carlo! Ondertussen eten wij een voorgerecht van vis en pizza’s, drinken twee flessen wijn leeg en dansen aan het eind van de avond mee.

Door de karaoke ontdekken we dat het Siciliaans behoorlijk afwijkt van het Italiaans. Ongeveer zoals het Limburgs zich verhoudt tot het ABN. Denken we. Wat een avond! En Carlo gaan we nooit meer vergeten. En ook niet Giovanni van het restaurant, die met zijn slanke Afrikaanse vriendin de sterren van de hemel danst!
50 Meter lopen en we zijn in BusCA. Pfft, heerlijk thuiskomen. We horen niets meer van het feestgedruis in het restaurant. Beetje wind, veel slaap!
 
Dinsdag, 1 november 2011 – Van ontbrekende wandelingen en traptreden 

 

Zo wat een plek is het, waar we zomaar tegen aan zijn gelopen. We toeren vlak langs zee en via een omleiding naar Ispica. Het ligt aan het eind van een kloof, waarin rotswoningen zijn. Er zou een goed aangegeven wandeling zijn. De kloof is mooi, we zien sporen van rotswoningen, we vinden zelfs een (gesloten!) rotskerkje, maar die wandeling dus niet. Wandelen doen we evengoed natuurlijk.


De bewolking is overgegaan in regen. In Modica vinden we een prima parkeerplek vlakbij het centrum. Te voet gaan we in het centrum op jacht naar de beroemde chocolade. En dat willen ze hier weten ook. In witte tenten langs de Corso V. Emmanuel I presenteren alle chocolademakers zich met hun prachtig uitziende en geurige producten.

 

De chocolade wordt nog altijd gemaakt op de eeuwenoude manier van de Inka’s, hier gebracht door de Spanjaarden. Dat is: men gebruikt alleen pure cacao en suiker. In een klein koffie- annex chocoladehuis proeven en kopen we.
In een van de witte tenten demonstreren toegewijde mannen in kokskleding hoe de chocolade tot stand komt. Het is bewerkelijk, maar simpel. Men rolt de cacao almaar door suiker. Steeds een beetje uitspreiden en weer op een rolletje door de suiker. Het resulteert in een knapperig soort chocola.

 


In de regen gaan we op zoek naar de San Pietro, die via 250 traptreden bereikbaar is. Het giet inmiddels als we aan de klauterpartij beginnen. Mmmmmm, 180 treden tellen we! De kerk zelf is niet bijzonder, maar na al die traptreden, is het er wel goed rusten. Naar beneden gaand ontdekken we de 70 ontbrekende treden ergens achter een straat en huizen.


Op naar de kust voor de langverwachte camping met de goeie voorzieningen in Punto Braccetto. In Scicli willen we lunchen. Het moet een prachtig stadje zijn. Maar vandaag in de regen, is het er alleen maar mistroostig. Mensen zien we nauwelijks, laat staan de beroemde kunstenaars, die hier collectief schijnen rond te hangen. In wat er uit zien als een café gaat een goed restaurant schuil. We zijn er zelfs niet alleen. Gezellig dus! De garnalencocktail blijkt een enorm bord-vol te zijn. Lekker, maar oef wat veel. Het vervolg kunnen we dan ook niet meer aan!


De rit naar de kust gaat door vriendelijk glooiend land met prachtige oude muurtjes. De ietwat strak aangelegde camping in Punto Bracetto vinden we gemakkelijk. We installeren ons en ik kan me overgeven aan een maag die in opstand is gekomen van een tikkie teveel. Maar we staan goed en het bed is heerlijk. Later op de avond eten we kippensoep en gaan we vroeg slapen. En de regen? Die tikt opgewekt door op ons aludakkie!

 

Woensdag, 2 november 2011 – Campingdag 1: regen

 

Aanvankelijk is het droog, maar dat duurt niet lang. Wat zijn wij blij met de wasmachine en de droger. Twee maal draaien we, maar dan is alles, incl. het beddengoed weer schoon en fris. En, naast goeie douches en een privé-wc/wastafel, hebben we wifi. Dus mailen en surfen we, lezen de Volkskrant, kijken naar DWDD en Pauw&Witteman. Ondertussen gaat de regen onverdroten verder met vallen. Maar, daar is het dan ook regen voor!


Als lunch eten we een eerlijke versgemaakt soep van allerlei groenten die aan consumptie toe waren. Op een campingdag is er eindelijk tijd om dat te laten pruttelen. We maken kennis met de Belgische buurman, die hier een klein half jaar overwintert (net als al die Duitsers met hun grote Concordes, Carthago’s, Dethleffs, Hymers, enz.) en met een NL-stel (Ina & Frank) die, net als wij, rondreizen. In hun (veel grotere camper) drinken we een gezellig glaasje en wisselen uit.
De canneloni en verse komkommersalade is heerlijk en de avond vliegt om met alle moderne communicatie-middelen onder handbereik.

 

Donderdag, 3 november – Campingdag 2: zon

 

Het is zonnig als we opstaan. Heel even trekken er dreigende wolken over, maar dan is het ineens een warme zelfs hete dag. Nu pas kunnen we onze campinggenoten eens wat beter bekijken. De meesten zijn hier (semi)permanent en hebben een hond! Er is zelfs en hondendouche!
Met een (ook trekkend) Duits stel (voormalige DDR) vlakbij ons, maken we uitgebreid kennis. Zij hebben ook een sprinter. Geen BusCA natuurlijk, maar een Westfalia James Cook. We bekijken over en weer de verschillen en bespreken de voors en tegens. Heerlijk, we hebben zo toch nog eens een soort overlands-uurtje.
Daarnaast is het bijzonder om te horen hoe zij de voormalige DDR ervaarden en de Wende beleefd hebben. Ze beschrijven de nacht, dat de muur viel. Indertijd woonden ze 200 meter van de grensovergang waar ’s nachts de mensen massaal overstaken naar West Berlijn. Het lawaai wekte hen en op tv zagen ze wat er aan de hand was. Ze bedachten zich geen seconde en gingen mee in die historische gebeurtenis. Nog steeds genieten ze immens van de vrijheid om te kunnen gaan en staan waar ze willen.


En verder is het gewoon een luie campingdag, inclusief een mooi hangmatuurtje voor G! We besluiten om nog een dag te blijven. Kunnen we nog even dat zomerse gevoel vasthouden en aan een update werken.
Pasta, Nespresso, portje, DWDD en P&W en ook de avond is snel om. Dat wil zeggen…, voor we naar bed gaan moet de BusCA-wc geleegd worden. En dan gaat er iets mis. Het reservoir wil niet terug in zijn hok, hij blijft hangen. Beetje wringen en prutsen! Gelukkig lukt het om hem er uit te halen. Genoeg voor nu, morgen zien we verder.

 

Vrijdag, 4 november 2011 –Campingdag 3: zon, wind en wolken

 

 

Douchen, koffie, croissantje, zon! Een lekker begin van de dag. Er is wat meer wind en bewolking, maar de temperatuur is op zomers nivo. G krijgt gelukkig het wc-recervoir weer op zijn plaats en goed werkend. Het enige, dat gesneuveld is en de oorzaak van het probleem blijkt, is de S.O.G., een afzuiging die automatisch werkt als het klepje van de wc open gaat. Voor nu kunnen we vooruit en thuis is de S.O.G. weer aan de beurt.

 

Het Berlijnse stel gaat op pad om een Nespresso-apparaat aan te schaffen. Cornelia is helemaal om na het kopje (BusCA-)Clooney-koffie, zoals zij het noemt. Anderen gaan met het campingbusje mee. Vandaag gaat het naar de Lidl. In de buurt van de camping is compleet niets te doen, te beleven, te winkelen. En al die overwinteraars zijn behoorlijk immobiel zodra ze hun grote mobiele huis in positie hebben gemanoeuvreerd. Anderen zitten (al dan niet gezellig!) in de zon, of laten honden uit en verschillende mensen nemen een duik in zee.
Wij werken op de laptops. Geen straf. De deur staat open, de zee golft en we onderbreken voor koffie, hangmat, over de zee kijken, babbeltje hier en daar…  We lunchen met een omelet en thee. Eind van de middag komen Ina & Frank. De vliegen houden zich ondertussen gedeisd, maar een paar muggen belagen onze enkels. Maakt niet uit, we hebben genoeg te bespreken en dat leidt af.
Na de minestronemaaltijdsoep sluiten we de deur en proberen we te downloaden en te uploaden. ’t Gaat niet erg gesmeerd. En dan, als iedere dag: de BusCA-bedstee in!

 

Zaterdag, 5 november 2011 – Dag Camping: zwaar bewolkt

 

G slaapt uit en ik lees de Volkskrant (met koffie en croissantje). Zo rustig kan vakantie zijn. Als Ina & Frank afscheid hebben genomen, wordt de regendreiging omgezet in klinkklare spetters. In no time hebben we luifel, tafel, stoelen opgeruimd en kunnen we ons ontbijt beginnen. De ochtend vordert, maar we talmen. Signora van de camping had weliswaar nadrukkelijk toegezegd vanmorgen beschikbaar te zijn, maar - this is Italy - ze is er niet. Cornelia & Jurgen wachten ook op haar. Ons beider Sprinters zijn vertrekklaar, maar een gezamenlijke Nespresso kan natuurlijk altijd.

 

Een aardige Deen is bereid onze betaling aan de Signora te doen toekomen. Geregeld! Als we de watertank bijvullen, worden we aangesproken door een Australiër, die met zijn Oostenrijkse vriendin in een Volkswagenbusje reist. Hij vroeg zich af of BusCA een 4x4 was, m.n. vanwege de banden. Afijn, een uur later pas vertrekken we met toezeggingen van allerlei links en boeken met fantastische tracks in Australië. Dit was dus een heerlijke echte overlandersontmoeting!


Het is dik lunchtijd en dus kiezen we onze route naar Agrigento via Vittoria, een iets grotere plaats. Daar zullen we vast wel een restaurant vinden. Dat lukt en wat voor een! Het stadje heeft een kaarsrecht stratenpatroon (zoals de steden in Amerika en is een gevolg van de herbouw na de verwoestende aardbeving eind 17e eeuw). Maar ergens in het midden is een pleintje. Een pleintje met de prachtige gevel van een theater. Daarnaast vinden we ons restaurant. In een authentieke ruimte van twee eeuwen oud eten we. G is weer helemaal ondersteboven van zijn vis. En oh jee, wat een heerlijke olijfolie en wijn, we genieten. De Roemeense jongen, die ons bedient, bezweert ons naar zijn Vaderland te gaan. Is mooier, beter, eten lekkerder…

 

We hebben nog 90 kilometer voor de boeg, als we om vier uur wegrijden. We houden het tempo hoog op de bochtige route. Maar als we bij camping Nettuno in San Leone aankomen is het al behoorlijk donker. Op het camperveldje ontwaren nog net tussen de olijfbomen onze Berlijnse Sprintervrienden C&J. Hun oude dove hond Bella kwispelt. Over de rieten afrastering en door het struikgewas licht de zee op. De lange avond gaat snel voorbij en bomen en zee zingen ons in slaap.

 

Zondag, 6 november 2011 – De Ouwe Grieken...

 

… deden het beter dan de huidige! Het waren de Ouwe Grieken die hier zo’n vijf eeuwen voor C. stevig voet aan de grond hadden. In de vallei bij Agrigento bouwden ze een stad en de ene tempel na de andere. Ook al kwamen later de Romeinen (en nog wat vreemd volk) langs, er is veel bewaard gebleven uit die Griekse periode. En dat gaan wij vanmorgen bekijken.
Vanaf de parkeerplaats laten we ons naar de bovenste tempel rijden in een eco-(want volledig elektrisch) autootje. De chauffeur/gids vertelt in zijn primitieve Engels, wat hij vindt dat we moeten weten.

 


De wandeling langs de tempels is heerlijk. Niet alleen is het er prachtig, ook het weer is helemaal goed. Het bijzondere op dit soort plekken is de geschiedenis te voelen. Te lopen op plekken waar mensen eeuwen geleden al liepen, maar dan in een totaal andere wereld dan de onze. Te zitten op stenen die ten koste van bloed, zweet en tranen van slaven daarheen gesleept werden...

 

We delen een goedbelegde vegetarische pizza in een restaurant, waarvan de eigenaar bij het tempeldal hard peesde om klanten binnen te halen. Dat moest beloond worden!
Dan op weg naar een camping waarvan we ons veel voorstellen. Het ligt inderdaad prachtig in een natuurgebied bij zee. Maar het is winter en dan wordt er gekampeerd bij de boerderij weliswaar, maar op een vierkant saai terrein met rondom bomen en geen millimeter uitzicht. En dan moeten we ons ook nog eens vastleggen voor twee dagen. Jammer, jammer. Verder dus.
20 Km verderop langs de kust kunnen we terecht. Het is weer zo’n  hutje-mutje-huisjes-camping (Villagio). Het is er simpel, beetje slordig en afgeleefd, maar de beheerder is gastvrij en de bar wordt bezocht door mensen uit het dorp. Kortom, er is menselijk verkeer.
We eten lekker (tomaten, mozzarella, komkommersalade, spaghetti, vlees) en kijken P&W en DWDD. Het is stil op de krekels en een blaffende hond in de verte na. Lekker slapen dus met een maan die door ons dakraampje naar binnen gluurt.

 

Maandag, 7 november 2011 – Tussen olijven en druiven naar steile rotswanden

 

Om half tien rijden we weg van ons “vakantiedorp” Kamemi (Secca Grande) naar  San Vito lo Capo, het uiterste puntje van een uitstulping in het noordwesten van Sicilië. We zwerven over kleine en provinciale wegen. Het is een mooi gebied. Ruige rotsachtige bergen en heuvels met wijn- en olijfgaarden, nu en dan gecombineerd. Hier en daar is de olijfoogst gaande. Een groot deel van onze (140 km lange) tocht volgt een wijnroute. Veel bebouwing is er buiten de dorpen niet. Tot onze vreugde zien we hier en daar wel de prachtige oorspronkelijke oude goudgele huizen.
De zon schijnt en alles is perfect. Bijna dan. Want een restaurant is op dit landbouwplatteland niet te vinden. Niet open althans. Dat restaurant met een knipperend bordje “aperto” dan? Is open! De deur in ieder geval. We stappen er binnen om een mensloos restaurant aan te treffen. Niks en niemand is er, niet in de keuken, of waar dan ook. We geven het op.

 

Om half drie staan we op een keurig plekje naast een Chausson met NL-kenteken en een Duitse camper op campeggio El Bahira, ook huisjescamping. We hebben geluk. Deze camping is het hele jaar open behalve in november volgens het boekje. Het is dankzij (steile rotswand-) klimmers dat de sluiting is uitgesteld. We blijken midden in een klimmers-eldorado terecht te zijn gekomen. De kaap bestaat uit kilometers mooie rotswanden en overal zijn er (moeilijke) routes te klimmen. Na een BusCA-lunch gaan we poolshoogte nemen bij een clubje Duitse klimmers. Het uitzicht adembenemend. Prachtige groen voor de azuurblauwe zee en daarboven een stralend blauwe hemel. De zon schittert op het water in de baai waar golven tegen de ruige kust te pletter slaan. 

 


Skypechattend met Bas (samen met Eva de klimfanaten in ons gezin) wisselen we dit klimparadijs uit op de speciale merites (ze klimmen een 7c-route).
Nog even in de zon voordat ie wegzakt in zee, want dan koelt het snel af. En binnen in BusCA is het lekker, is er muziek en alles wat we nodig hebben.

 

Dinsdag, 8 november 2011 – Dagje-niet-al-te-veel

 

Ontbijtuurtje, beetje wandelen, internetten, e-mailen, skypen, van de zon genieten, hangmatten en voor de lunch verse gamba’s met veel knoflook. Mmmmm!

 

Woensdag, 9 november 2011 – Ons dorp aan de baai

 

In de vroege uren klettert het van de regen. Na het ontbijt heeft de zon de directie overgenomen. Mooi wandelweer. Langs de rotsige kust loopt onder de camping een modderig pad naar boven naar een laagte in de rotswand. Na de regen is het bar glibberig en we zijn druk met het ontwijken van de koeienflatsen. Eenmaal op het plateau voert onze weg over asfalt naar het lager aan de kust gelegen dorp, San Vito lo Capo, ons dorp zogezegd. 
Het ligt mooi aan de baai tussen de rotswanden en bergen. Talloze hotels, B&B’s, restaurants, winkels laten zien dat toerisme hier de belangrijkste bron van inkomsten vormen. Nu echter is het seizoen (zoals overal) voorbij en is alles gesloten. Hier en daar signaleren we wat lokalen en een toeristisch setje.


We doen een paar inkopen, drinken een cappu (met wat lekkers) en bij de piepkleine jachthaven vinden we een restaurant dat in business is. Zelfs zijn er meerdere tafels bezet en het is er goed! G wijst in een bak de, zijn juiste Dorade voor vandaag aan.

 

 

Met al dat eten en een fles (witte) wijn achter de kiezen, wandelen we terug naar de camping. En wat is het dan goed rusten op comfortabele campingstoel- en hangmat-in-de-zon. Lekker douchen, soepie, broodjes, wijntje, boekie… Ondertussen uitwisselingen met het thuisfront over gebeurtenissen daar!
Tegen bedtijd zijn er nu en dan regenbuien en rolt er een donder over de bergen.

 

Donderdag, 10 november 2011 – De beste dorade op de kaap

 

We breken op en lozen, maar het water op de camping is niet voor consumptie geschikt. In de watertank zit nog een liter of twintig, dus kunnen we nog even voort. Via een omweggetje belanden we weer in San Vito. Doen boodschappen en ontmoeten een NL-stel.
Dan is het de hoogste tijd voor ons “vaste” visrestaurant. En vandaag is G’s dorade nog lekkerder dan gisteren!
We toeren langs de noordoost kant van de kaap. De weg kronkelt langs steile rotswanden omlaag naar de ingang van een natuurreservaat. Het is te laat voor een wandeling. Het is geen doorgaande weg dus rijden we terug.
De plek, waar meer “wildkampeerders” (o.a. het NL-stel langdurig) verblijven, bevalt ons niet. Wij zoeken een plek hogerop tussen rotswand, prachtige groene struiken, ruwe rotsen en zee. Het uitzicht is schitterend en we kunnen nog net een poosje van de zon genieten.
Olivia en Joey laten zich zien via skype (!) en van ons Appelvrouwtje (Ella) leren we, dat er een handige App is om gemiste tv-programma’s te zien. De beeldkwaliteit mag dan minder zijn, het kost ook een heleboel bitjes minder. Zo zien we de geweldige laatste uitzending van Koefnoen!

 

Vrijdag, 11 november 2011 – 11 – 11 – 11 …

 

… belooft een prachtig zonnige dag te worden! We nemen de tijd voor we vertrekken naar de noordkust van het eiland. Dit stukje Sicilië is trots op de wijn, de olijfolie en het marmer dat hier gewonnen wordt. Van ver zijn de marmergroeven te zien, waar blok voor blok de berg wordt afgeknaagd.

 

 

In Castellammare di Golfo inspecteren we de camping. Gesloten, dus geen water! Door het prachtige stadje toerend komen we in het mooi gelegen haventje bij het oude castella. En natuurlijk vinden we daar ons restaurant-van-de-dag. Sicilië is een waar paradijs voor visliefhebbers. De kaart hier bestaat in alle Italiaanse onderdelen (antipasta, pasta, primo, secundo) uit visgerechten. Ergens tussendoor staan twee vleesgerechten en een niet-vis-pasta. Kom daar maar eens elders om! G kiest in de bak met ijs zijn dorade, want dat is wat iedereen hier doet. En het restaurant stroomt gezellig vol. Heerlijk, we genieten.


De ober vertelt, dat in het stadje het kraanwater niet drinkbaar is. In een dorpje een eindje terug is echter een bron met heel goed water. In Scopello dus. De weg eindigt in het piepklein dorpje, dat is weggepropt langs de rotswand en is zo goed als niet aangetast door de tand des moderne tijds. Op het dorpspleintje stroomt het water. Een oud baasje verzekert ons dat dit het allerbeste water is in de verre omgeving. Met moeite krijgt G de slang op de wateruitloop. Zo, maar dan is het weer mooi geregeld. En ook hebben we een eindje voor het dorpje een mooie plek voor het bivak gezien.
Een parkeerplaatsje aan het strand. Prima is het daar. Zeker nadat G de dode hond waar iedere auto zorgvuldig omheen rijdt, in de grote container heeft gedumpt. De zo goed als volle maan komt op, vissersbootjes varen uit, een paar jonge mannen spelen fotograafje en verdwijnen met slaapzak ergens op het strand, de lichtjes van Castellamare om de bocht van de baai twinkelen. Nu en dan is er gezelschap, dat komt, over zee uitkijkt, een flesje leegdrinkt… De carabinieri  doen hun rondje en zien dat het goed is. En dat vinden wij ook!

 

Zaterdag, 12 november 2011 – De dom van Monreale en de mummies in Palermo

 

De jongemannen blijken Duitsers, die twee weken gesurft hebben aan de zuidkust van Sicilië. We nemen hun olijfolie aan en zij vertrekken richting Palermo naar het vliegveld. Vissers en duikers komen. En wij gaan. Niet al te laat, want Monreale staat op het programma.


Om elf uur klauteren we vanaf de parkeerplaats de trappen op naar de prachtige Duomo. De kathedraal heet een “schitterend voorbeeld van Normandische bouwstijl” te zijn. Gebouwd in 1172 door de Normandische koning Willem II met ernaast de even schitterende kruisgang.
De kerk is opgetrokken uit de warme tufsteen die hier overal gebruikt werd. Het interieur is duizelingwekkend. Door de mozaïeken (met Siciliaanse en Byzantijnse motieven), het imposante mozaïek van de “almachtige Christus”,

 

 

 

de bijbelse vertellingen in mozaïek, het goud alom, de rijke versieringen in tufsteen en marmer (vrij naar: Capitool). In de Apsis zijn kazuifels in goudbrokaat tentoongesteld en rijkversierde altaren en vloeren.
Er is een kerkdienst gaande, waarbij het hele politiekorps aanwezig lijkt, maar ook zijn daarom alle lampen aan. Alles in de kathedraal lijkt daardoor overwasemd met een gouden glans. Zo nu en dan barst het orgel los in een breed en diep geluid. Prachtig!  
We klimmen naar boven, waar buitenom een rondgang te maken is. Het uitzicht op Monreale, Palermo en de blauwe zee erachter is prachtig. Van dichtbij is goed te zien hoe knap de Normandische decoraties in het tufsteen in elkaar zitten en ook hoeveel kleur de eeuwen hebben afgeknaagd. De groen geglazuurde dakpannen zijn verweerd naar bruintinten, het koper is groen uitgeslagen. Desondanks…
In alle rust zwerven we door de kruisgang, waar iedere pilaar anders gedecoreerd is en het fonteintje in oriëntaalse stijl rustig kabbelt.


Na een paar uur overweldigd te zijn door zoveel schoonheid, zijn we toe aan tijd voor bezinking. We vinden een restaurantje. We delen de tomaat met mozzarella en de prima pizza. Dan zijn we klaar voor de confrontatie met de mummies.

In Palermo is een Kapucijner klooster, waar ondergronds gangen vol redelijk geconserveerde lijken zijn. Aanvankelijk waren het alleen de paters, die hier gemummificeerd-en-wel het laatste oordeel wilden afwachten. Later kwamen er ook burgers bij.
Door de schaars verlichte gangen maken we onze lugubere wandeling. Er is een gang met de uitsluitend vrouwen, die achter gaas liggen. Alsof er nog van alles van hen gevreesd zou kunnen worden! De paters en de mannen staan in een nisje. Nou ja staan! Ze zijn op een wonderlijke manier met touwtjes aan de wand geflanst. De mensen zijn hier allemaal “tentoongesteld” in de kleding waarin ze stierven. Dat levert wel een mooi inkijkje in de mode van eeuwen terug. We voelen ons ook gluurders. Dit moeten die mensen toch niet gewild hebben, toen ze het hoofd voor eeuwig neerlegden?


We zijn toe aan frisse zeewind! Een eindje voor Cefalu vinden we aan een verwaarloosde boulevard bij een gesloten camping een heerlijke plek. Met een borrel verwerken we de ervaringen van vandaag, zien de zon ondergaan en een enkele auto rustig voorbij rijden.

 

Zondag, 13 november 2011 – Parco delle Madonie

 

Het is zondag en joggingday! Goed ontbijtvermaak dus. Nog geen vijf minuten zijn we op de doorgaande kustweg aangeland en daar is een supermarkt. Die zijn er natuurlijk wel vaker, maar deze is er juist als ook de natuur harder begint te roepen. En toiletten zijn er! Zo! En als de boodschappen gedaan zijn en de tank gevuld is (met dure diesel, gemiddeld 1,55), zijn we klaar voor een tocht door het Madonieberglandschap in het binnenland achter Cefalu.


De weg klimt kronkelend door prachtige bossen met steeneiken, kastanjebomen, esdoorns en beuken langzaamaan naar de 2.000 m. Onderweg doen we een Maria Heiligdom aan. Ook hier is de devotie van de Italiaan in het oog springend. Ze bidden, en niet zomaar een beetje voor zich uit. Nee, ze staan - bijvoorbeeld - het gezicht op naar (het) Maria(-beeld), de ogen gesloten, de handen ten hemel geheven…


In de Piano Torre, het enorme restaurant van een tikkie verwaarloosd hotel krijgen we het menu van de dag voorgeschoteld. De ober, een noestige boerenzoon aan kop en handen te zien, in keurig rood giletje bedient de zes tafels (met gezinnen!) en zijn baas gaat vriendelijk en attent langs zijn gasten. In joggingpak! We vermaken ons en de lamskoteletjes zijn goed. We nuttigen evengoed weer een fles Nero d’Avola.
Via een tussenstop met uitkijk (advies restaurateur) zetten we BusCA neer op een bergweitje. We zijn op de piano (=vlakte) Battaglia (=gevecht, strijd) op 1650 m hoogte.

 

 

De zon verdwijnt bijna achter de toppen en het is koud (een graad of vijf, later op de avond daalt de temperatuur onder het vriespunt). Daar staan we dan op een plek, waar in 1269 het wapengekletter klonk van de slag tussen Arabieren en Normandiers. Nu echter is het stil, heel stil. Slechts het zachte snorren van ons kacheltje is te horen en wij vermaken ons in alle knussigheid van BusCA. 

 

Maandag, 14 november 2011 – Camping Rais Gerbi

 

We rijden de rest van het rondje. Vanaf Petralia wordt het gebied meer bewoond en bewerkt. Zowaar worden we aangehouden door een agent. Had ff niks beters te doen. Boeven vangen is natuurlijk op Sicilië niet zomaar iets. (Overigens: Corleone ligt hier in het achterland niet al te ver vandaan!)
In een eenvoudig kantineachtig restaurant eten we pasta met een salade en snel daarna zijn we terug aan de kust. Cefalu rijden we voorbij. Het ligt schilderachtig tegen een rots aan geplakt en de dom steekt fier boven de huizen uit. Een eindje verder langs de mooie kust (bij Finale di Pollina) vinden we een plekkie op camping Rais Gerbi.

We kijken uit over de blauwe zee. Hier zijn nu eens niet alleen maar Duitsers, maar ook verschillende Nederlanders. Zo maken we kennis met Ans & Aad. Tussendoor skypechatten we met Bas en Iza.

 

Dinsdag, 15 november 2011 – Verhuizingen 

 

De douche is lekker warm en muntloos. Genieten dus. Na een uurtje zon blijken we volledig in de schaduw te zitten. We verhuizen naar en zonniger plekkie naast de camper van A&A. Afgezien van de zon en de buren bevalt het ons hier toch ook niet. Een terras lager vinden we en zon en uitzicht op zee en zitten we niet langs de “hoofdweg”. Hè, hè, hier houden we het wel een paar dagen uit.
Het wordt een rustige dag. Eind van de middag belanden we bij A&A. Onder het genot van wijn, bier en kaas praten we. De tijd vliegt en het is tien uur als we in het campingrestaurant zitten. Helemaal alleen. De campingbaas is verdiept in een voetbalwedstrijd op een ouderwetse tv met sneeuw en dubbele figuurtjes. Zijn dochter obert en ijsbeert voortdurend in de kale en lege ruimte. Het eten is knap matig.

En wij zijn blij, als we lekker onder de wol kunnen.

 

Woensdag, 16 november 2011 – Vis eten in Cefalu met A&A

 

Heerlijk is het om rustig te tuttelen en de VK te lezen op de iBet. Tegen enen pikken we A&A op om in Cefalu een visje te gaan verschalken. Uiteraard leren we elkaar weer een stukje beter kennen en de tijd vliegt. Om vier uur worden we het restaurant uitgestuurd. Ze sluiten. We wandelen door het mooie stadje, bekijken de Dom en de Aatjes regelen hun digicommunicatie. Op een klein terrasje brengen we de avond tot laat door met praten, wijntje, biertje en de hapjes die we erbij krijgen.

 


Het is na tienen als we terug zijn op de camping. Op de plek naast ons heeft zich een hele grote caravan met dito voortent geïnstalleerd. Oeps, het wordt wel een stuk krapper voor ons. Nu eerst slapen, de rest zien we morgen wel.

 

Donderdag, 17 november 2011 – Luizig dagje 1

 

De nieuwe Engelse buren zijn aardig en excuseren zich dat ze zoveel ruimte innemen. Wij verzetten BusCA een stukje en zo hebben we alledrie (ook de Zwitserse buren) genoeg ruimte en uitzicht.
De wasmachine draait, de wind en zon drogen en we wandelen naar het dorp voor wat inkopen.
En verder lezen we de krant en werken we aan de update. Tussendoor genieten we van het uitzicht over de Middellandse Zee.

 

 

Eind van de middag toeren we met de Smart van A&A naar Pollina boven op de berg. We eten sudderlapjes en witlof en kijken naar onze favoriete tv-programma’s. Via het wifi van de camping op de laptop deze keer.

 

Vrijdag, 18 november 2011 – Luizig dagje 2 en updaten … of toch nog niet? 

 

Ontbijten, krantje lezen, koffie, schrijven, foto’s selecteren, lunchen… En ook: videoksypen met “de meiden” (Mirre en Iza). Ze laten ons horen, hoe ze cello studeren, zingen Sinterklaaskapoentje en Iza belooft een marsepeinbedelbriefje voor de Sint te schrijven namens Oop. Als dat geen marsepeinen worstjes oplevert, dan weten we het niet meer! De rest van de sudderlapjes combineren we vandaag met snijbonen en komkommer. Niet schlecht.

 

Zaterdag, 19 november 2011 - Update Yes!

 

Nog maar amper wakker of daar zijn de errug wakkere skypekoppies van Zoë, Olivia en Joey. En, vooruit, die van Dolf, Bas en Eva. Goed begin van de dag. Update eruit en afscheidsborrel met A&A erin. Want morgen: on the move!  

 

wordt vervolgd...